Wanneer je een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval hebt, vergoedt de arbeidsongevallenverzekering de schade. Elke werkgever uit de privésector is wettelijk verplicht om deze bescherming aan zijn personeel te bieden.

Welke kosten vergoedt de arbeidsongevallenverzekering?

Erkent de arbeidsongevallenverzekeraar je arbeidsongeval of je arbeidswegongeval, dan heb je recht op:

  • vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid die je loonverlies compenseren;
  • de terugbetaling van je medische kosten als gevolg van het ongeval (inclusief heelkundige, farmaceutische, hospitalisatie- en prothesekosten);
  • bij een dodelijk ongeval wordt een rente betaald aan je rechthebbenden (in eerste instantie de overlevende echtgeno(o)t(e) en de kinderen.

Wat moet je doen als je een arbeidsongeval hebt?

Was iemand getuige van het ongeval, dan is het nuttig de gegevens van deze persoon te vragen, zodat je hem nadien als getuige kunt oproepen. Zo heb je bijkomend bewijs van je arbeidsongeval.

Vervolgens moet je zo snel mogelijk je werkgever inlichten, zelfs wanneer het ongeval je niet belet om te werken. De werkgever moet het ongeval aangeven binnen acht dagen nadat het zich voordeed.

Vraag een medisch attest aan de arts die je behandelt. Bezorg dit attest met de eerste medische vaststellingen zo snel mogelijk aan je werkgever, die het op zijn beurt naar zijn arbeidsongevallenverzekeraar zal sturen.

Wie moet een arbeidsongevallenverzekering sluiten?

De arbeidsongevallenverzekering is een verplichte verzekering voor de werkgever. Hij dient deze te sluiten bij een daartoe erkende verzekeringsonderneming. De lijst met alle erkende arbeidsongevallenverzekeraars vind je hier. Deze verzekeringspolis moet worden gesloten vóór de eerste werknemer in dienst treedt en kan geen terugwerkende kracht hebben. In principe loopt de verzekering één jaar, maar in onderling akkoord kan dit naar drie jaar worden gebracht.

De werkgever die geen arbeidsongevallenverzekering heeft gesloten, zal ambtshalve aangesloten zijn bij het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris). Gebeurt er een arbeidsongeval bij een werkgever zonder arbeidsongevallenverzekering, dan zal Fedris het schadegeval ten laste nemen en nadien alle kosten op de in gebreke gebleven werkgever verhalen. Die laatste mag bovendien aanzienlijke administratieve en strafrechtelijke sancties verwachten.

De arbeidsongevallenwet geldt eveneens wanneer een arbeidsovereenkomst nietig (gesloten met een kind of een vreemdeling zonder arbeidsvergunning) of onwettig (zwartwerk) is.

Ook een privépersoon kan een werkgever zijn. Dat is het geval wanneer hij huispersoneel tewerkstelt. Alle informatie over de verzekering van huispersoneel vind je hier.

Anders dan in de privésector is het sluiten van een arbeidsongevallenverzekering in de openbare sector niet verplicht. Het al dan niet sluiten van deze verzekering is er een vrije keuze. Als er geen verzekering is gesloten, vergoedt de overheidswerkgever de werknemer op basis van de wet van 3 juli 1967 op het arbeidsongeval in de overheidssector.

Wat is een arbeidsongeval?

Volgens de wet is “elk ongeval dat een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt” een arbeidsongeval.

Er moet dus sprake zijn van een ‘ongeval’, dit wil zeggen:

  • een plotselinge gebeurtenis;
  • die een letsel veroorzaakt (met medische kosten, de arbeidsongeschiktheid of de dood van de werknemer tot gevolg).

Bovendien moet dit ongeval zich hebben voorgedaan

  • tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
  • en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

De plotselinge gebeurtenis is het doorslaggevende criterium om van een arbeidsongeval te kunnen spreken. Deze onderscheidt het arbeidsongeval van een ziekte en in het bijzonder van een beroepsziekte. Het bewijs dat aantoont dat deze gebeurtenis effectief plaatsvond, moet met zekerheid worden geleverd.

Het letsel kan fysiek of mentaal zijn.

Het ongeval moet zich voordoen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Dat is het geval wanneer de werknemer op het moment van het ongeval onder het gezag van zijn werkgever staat, op zijn minst diens ‘virtuele’ gezag: bijvoorbeeld een ongeval tijdens een bedrijfsfeest.

Het ongeval moet zich ook voordoen door het feit van de uitvoering van het werk: een ongeval dat zich voordoet nadat het slachtoffer de onderneming zonder toestemming tijdens de werkuren heeft verlaten, is geen arbeidsongeval.

Het ongeval kan zich voordoen op de werkplaats of op het traject tussen twee verschillende werkplaatsen.

Wat is een arbeidswegongeval?

De arbeidsweg (de weg naar en van het werk) is het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt, en omgekeerd.

Noodzakelijke en redelijkerwijs te rechtvaardigen omwegen maken deel uit van dit normale traject.

Een omweg of onderbreking sluit niet noodzakelijk uit dat het om de arbeidsweg gaat. Of een traject al dan niet als normaal wordt beschouwd, hangt af van de grootte van de omweg of onderbreking en van de reden ervoor.

Er zijn ook een aantal trajecten die worden gelijkgesteld met de arbeidsweg.

Als een arbeidsongevallenverzekering vinden moeilijk blijkt

Wie mensen tewerkstelt en hen daarvoor betaalt, is wettelijk verplicht om een arbeidsongevallenverzekering voor hen te sluiten. Maar soms vinden werkgevers geen arbeidsongevallenverzekering, bijvoorbeeld bij een uitzonderlijk hoog risico op arbeidsongevallen.

De verzekeringssector zorgde voor een oplossing voor dit probleem: het Comité voor moeilijk te plaatsen arbeidsongevallenrisico's (comité MPRAO). Alle erkende arbeidsongevallenverzekeraars maken er deel van uit en dragen samen het financiële risico van dit bevoegde comité. Hierdoor kunnen de betrokken werkgevers hun activiteiten voortzetten zonder aan hun wettelijke verplichtingen te verzaken en zonder zich aanzienlijke strafrechtelijke sancties op de hals te halen.

Meer informatie over de werking van dit comité (toegangsvoorwaarden, te volgen procedure ... ) is beschikbaar op   http://www.ao-comite-at.be/ .

 

De arbeidsongevallenverzekering voor de ‘kleine statuten’ of bedrijfsstages

·      Wat zijn‘kleine statuten’?

De kleine statuten betreffen jongeren of werklozen die een opleiding volgen waarbij een praktijkstage in een onderneming (in de privésector of in de overheidssector) verplicht is om het diploma te behalen.

·      De arbeidsongevallenverzekering en de kleine statuten

Sinds 1 januari 2020 wordt de arbeidsongevallenverzekering toegepast bij een ongeval in het kader van de kleine statuten. Met deze ingreep wilde de wetgever de stagiair beschermen.

Tijdens hun stage voeren deze jongeren of werklozen geen echte arbeidsovereenkomst uit. Tot 31 december 2019 waren deze personen gedekt door een gewone ongevallenverzekering, gesloten door hun stagemeester.

Sinds 1 januari 2020 is daar verandering in gekomen. Ongevallen die zich tijdens dergelijke stages voordoen, zijn voortaan gedekt door de arbeidsongevallenverzekering van de werkgever. In tegenstelling tot de gewone ongevallenverzekering is de arbeidsongevallenverzekering een stelsel van de sociale zekerheid, dat onder het toezicht staat van het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (Fedris). Dit agentschap ziet toe op de verzekeringsverplichting en bekrachtigt de vergoedingsakkoorden. De vergoedingsregels zijn overigens zeer nauwkeurig in de wet omschreven.

De wetgever vond dat stagelopende jongeren en werklozen blootstonden aan wat als ‘arbeidsongeval’ wordt aanzien en dat zij dus een gelijkaardige bescherming als de werknemers moesten genieten.

De wet van 21 december 2018 heeft het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (privésector) en van de wet van 3 juli 1967 betreffende arbeidsongevallen in de overheidssector dus uitgebreid naar jongeren en werklozen die stagelopen binnen een wettelijk kader.

·      Dekt de arbeidsongevallenverzekering van mijn werkgever mijn stage wel?

De organisatie van opleidingen met verplichte praktijkstages in ondernemingen wordt over het algemeen vastgelegd in teksten van de gewesten of de gemeenschappen van ons land (zes verschillende rechtsbronnen).

Deze opleidingen zijn zeer talrijk en regelmatig komen er nieuwe bij. Het was een hele klus om een lijst van dergelijke opleidingen voor het hele land op te stellen.

De opname van de kleine statuten in het stelsel van de arbeidsongevallenverzekering heeft dit vereenvoudigd.

Het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (Fedris) kreeg wettelijk de opdracht om een lijst van deze kleine statuten op te stellen en up-to-date te houden. De lijst van de leerwerkcontracten en de overzichtstabel van de leerwerkcontracten vind je op de website van Fedris (klik hier).

·      Wie moet de stagiair verzekeren?

Volgens de algemene regel moet de werkgever (de onderneming) de verzekering voor de stagiair sluiten.

In de praktijk was de toepassing van deze algemene regel evenwel niet in alle gevallen even duidelijk. Die moeilijkheid is van de baan dankzij de opname van de kleine statuten in het stelsel van de arbeidsongevallenverzekering.

Het koninklijk besluit van 29 juli 2019 legt de uitzonderingen op de algemene regel vast en bepaalt eenduidig, voor de kleine statuten die voorkomen in de lijst die bij het besluit hoort, wie als werkgever van de stagiair moet worden beschouwd en wie dus vanaf 1 januari 2020 de arbeidsongevallenverzekering moet sluiten.

Dat is ofwel de werkgever bij wie de stage plaatsvindt (privé- of overheidsbedrijf), ofwel de organisator van de stage (onderwijs- of opleidingsinstelling).

De persoon of instelling die als werkgever wordt beschouwd, moet niet alleen een arbeidsongevallenverzekering sluiten, maar moet de stagiair ook aangeven bij de RSZ (zelfs als deze hier verder niet aan onderworpen is) via de Dimona (onmiddellijke aangifte). De instructies van de RSZ hierover staan hier: (link 1, link 2)

·      Welke vergoedingsregeling?

De werkgever streefde transparantie en een geharmoniseerde vergoeding na: voortaan gelden er twee specifieke regelingen in de arbeidsongevallenverzekering. Vóór de arbeidsongevallenverzekering werd toegepast, was de inhoud van de gesloten verzekering niet altijd dezelfde voor elk van deze stages. Dat leidde tot veel vragen en onzekerheid.

Door de kleine statuten in het stelsel van de arbeidsongevallenverzekering op te nemen, kwam er een einde aan dit gebrek aan harmonisatie.

Er werden twee specifieke vergoedingsregelingen in de arbeidsongevallenwet gecreëerd (naargelang de stagiair bezoldigd is of niet): de eerste in artikel 38/1 en de tweede, beperktere, in artikel 86/1.   Beide dekken ze arbeidsongevallen, maar ook ongevallen op de weg naar/van het werk (de arbeidsweg). De dekking van de arbeidsweg werd veralgemeend. Elk bestaand klein statuut en elk toekomstig, nieuw klein statuut wordt ondergebracht bij een van beide regelingen (na advies van de sociale partners). De vergoedingsregels, die uitgaan van een forfaitair basisloon, zijn dus voortaan dezelfde voor alle stages die onder dezelfde regeling vallen.