De onzekerheid waartegen een levensverzekering bescherming biedt, betreft niet de vraag of de verzekerde zal overlijden, maar wanneer dit zal gebeuren. Zo betalen sommige levensverzekeringen uit bij overlijden en andere bij het bereiken van een bepaalde leeftijd, terwijl veel contracten beide waarborgen combineren volgens een overeengekomen verhouding. Bij een levensverzekering zijn verschillende partijen betrokken, waaronder uiteraard de verzekeringnemer (de klant) en de verzekeraar, maar ook degene aan wie de prestaties in geval van overlijden worden uitbetaald: de begunstigde, al dan niet bij naam aangeduid. Sommige verzekeringen worden collectief gesloten (groepsverzekering), ander op individuele basis. Deze verzekeringen kunnen bijvoorbeeld een lening dekken, zoals de schuldsaldoverzekering, of de begrafeniskosten. Pensioenverzekeringen kunnen als kapitaal worden uitbetaald, maar soms ook in de vorm van een rente, naargelang je keuze. Het is trouwens ook mogelijk om slechts voor enkele jaren een levensverzekering af te sluiten. Wegens hun juridische en fiscale aspecten kan je over dergelijke verzekeringen het best eerst grondig nadenken en/of advies inwinnen. Dat geldt overigens ook voor de eventuele keuze tussen een overeenkomst met gewaarborgde rente (‘tak 21’) en een beleggingsverzekering van ‘tak 23’.