Sparen doe je natuurlijk uit voorzorg en is per definitie “voor later”. Naast het bedrag dat je opzij legt voor een familiegebeurtenis of onverwachte tegenvallers, kan je ook bewust sparen voor je oude dag. Het wettelijke pensioen waarop je later aanspraak kan maken uit hoofde van je beroepsactiviteit als ambtenaar, werknemer of zelfstandige, maakt deel uit van onze sociale zekerheid en krijgt wel eens de benaming “eerste pijler”.

Werkgevers richten vaak pensioenplannen in, die een aanvullend beroepspensioen vormen. Samen met vergelijkbare formules voor zelfstandigen vormen deze pensioenen de “tweede pijler”. Groepsverzekeringen (voor werknemers) zijn de belangrijkste formule in dit verband in België. Over je loopbaan heen heb je misschien bij verschillende werkgevers rechten opgebouwd bij meerdere pensioeninstellingen, die tot uitkering zullen overgaan als je met pensioen gaat (of als je vroeger overlijdt).

Tenslotte moedigt de overheid de bevolking ook aan om naar eigen wens nog op individuele basis te sparen, bijvoorbeeld via een pensioenspaarverzekering: die producten noemt men “derde pijler”.

Uiteraard zijn er nog andere vormen van sparen die bijdragen tot je financiële zekerheid als je met pensioen gaat, zoals het afbetalen van je eigen huis. Soms hoor je in dit verband spreken over een “vierde pijler”.